Je hebt een goed leven. En toch mist er iets
- Sara

- 22 uur geleden
- 4 minuten om te lezen
Je hebt een goed leven. Twee prachtige kinderen, een fijne baan met een prima inkomen, een huis, vrienden. En toch mist er iets. Herkenbaar voor jou? Voor mij wel....
Ik had het er vandaag over met een collega. ‘Saar, hoe is het nu met je?’ vroeg ze.
Ik dacht even na. En besefte: het gaat eigenlijk best oké. En tegelijk ook helemaal niet.
De afgelopen weken had ik me voorgenomen het zonder de uitdaging van de liefde te gaan proberen. Mijn eigen glaasje te vullen. Niet zoeken. Niet hopen. Gewoon zijn.
Maar eerlijk? Ik vind het moeilijker dan ik dacht.
Op een zwak moment downloadde ik weer een datingapp. Gewoon even kijken. Spieken. En ja hoor: een leuke match. We appten een tijdje, er was een klik. Hij pushte niet. Afgelopen zaterdag gingen we op date.
Het lampje ging uit
Ik had hoge verwachtingen. En de date begon ook echt goed. We hadden humor, raakvlakken, hij drong zich niet op. Maar ergens aan het eind was ik ineens leeg. Gewoon: op. Misschien was het te lang. Eerst een uur erheen rijden. Het was klad op de weg. Dan de spanning van de eerste ontmoeting. Wat drinken, daarna nog eten, nog een barretje in.
Vier uur later ging het lichtje uit. Van het ene op het andere moment.
Hij deed zijn best, maar ik stelde voor om naar huis te gaan. Ik voelde dat hij zich afgewezen voelde.
In de auto kwam de bekende opluchting. Terug in mijn eigen bubbel. Muziek aan, gas erop. Lekker naar huis. Ik had de date écht leuk gevonden. Maar daten kost me zóveel energie.
De volgende dag appte we wat heen en weer. Hij was opgelucht toen ik voorstelde nog een keer af te spreken. Deed ik dat omdat ik hem niet wilde afwijzen? Misschien wel.
Maandag hadden we nog wat contact.
En daarna: radiostilte.
Het is nu woensdag.
En eerlijk? Ik vind het eigenlijk wel prima.
Same old story
Ondertussen probeerde Lars weer contact te zoeken. Hij begon me te volgen op social media en stuurde dat hij nog een boek van me had liggen. Na alles wat ik had gezegd. Na hoe kwetsbaar ik me had opgesteld. En hoe hij nergens op had gereageerd.
Ja sorry, maar ik was bijna beledigd.
Ik heb niet gereageerd en zijn volgverzoek verwijderd.
Voor je het weer beginnen we weer van voor af aan.
En dan H.
Half december had ik hem geblokkeerd. Dat gaf rust. Veel rust. En toch betrapte ik mezelf erop dat ik af en toe checkte of hij zijn profielfoto had veranderd.
Blijkbaar zie je dat zelfs als iemand geblokkeerd is.
Maandag zag ik het. H. en zijn nieuwe vriendin. Stralend.
In de sneeuw. Zonnebril, witte tanden.
Die golf van spanning. Die shock.
Een profielfoto met je vriendin op WhatsApp schreeuwt: ik heb gekozen. Ik ben bezet. Ik ben gelukkig.
En het raakte me. Weer. Verdomme.
Ik sliep er slecht van. Zag die foto steeds voor me. Schrok wakker. Gewoon niet normaal. En weer die snijdende pijn van afwijzing.
Hoe dan? Na al die tijd?
En ergens wist ik ook: het gaat niet om hem. Ik wilde gekozen worden. Nog steeds wil ik door hem gekozen worden. Het is iets hardnekkigs, iets oers. Terugkerend. Om gek van te worden.
Een vriendin zei: ‘Verwijder zijn nummer. Alles. De gesprekken. Echt alles. Zorg ervoor dat hij op geen enkele manier invloed op je gemoedsrust kan uitoefenen. Ook al doet hij het niet eens bewust.’
Ik voelde direct weerstand.
Nee. Dat doe ik niet, dacht ik.
En juist die weerstand zette me aan het denken.
Wow, dacht ik. Dit is mijn ego.
Er was eigenlijk maar één keuze voor mezelf. Ze had gelijk.
Ik deed het. Radicaal. Onverbiddelijk. Alles weg.
En weet je? Er was geen angst. Geen spijt. Geen verlangen. Alleen opluchting.
Weer een stap. Niet uit boosheid. Niet om iets te triggeren bij iemand hem.
Maar uit liefde voor mezelf. Echt puur voor mij.
En nu?
‘Saar, hoe is het nu met je? ’
Ik antwoordde eerlijk dat ik soms bang ben. Bang dat het me nooit gaat lukken. Dat er gewoon niemand voor me is.
Die collega zei: ‘Ik weet honderd procent zeker dat jij iemand gaat vinden. Echt waar!’
Het is lief. Echt.
Maar het voelt soms gewoon niet zo.
Soms is het veel, alleen.
Als de ketel bijgevuld moet worden terwijl ik in de ochtendspits tassen sta in te pakken en nog snel een schone onderbroek voor mijn zoon zoek. Er is niemand die dat even overneemt.
Ik denk aan Lars. Aan zijn zware lichaam tegen het mijne. Zijn armen om me heen. Hoe hij over mijn hoofd aait, kusjes geeft. Me stevig vastpakt. Ik weet dat hij niet goed voor me is. En toch kan dat verlangen soms zo groot zijn. Het grote verlangen om even klein te mogen zijn.
Om mezelf op te vrolijken boekte ik een vakantie met een vriendin. Eind februari. Naar de zon. Egypte. All-in. Elf zwembaden. Acht restaurants. De hele sjebang.
De gedachte aan warmte, ontspanning en even niks moeten maakt me oprecht blij.
En daar gaat het om.
De vriendin zei: ‘Je vroeg: hoe dan? Maar je doet het al, lieve Saar. Just enjoy the ride.’
Kus, Sara






Opmerkingen