Ik dacht dat de rozen een begin waren. Het bleek het begin van het einde.
- Sara

- 15 mrt
- 5 minuten om te lezen
Ik sluit mijn ogen. Adem in en uit. Rustig.
Ik voel me iets beter nu.
Ik dacht steeds: ik moet weer schrijven. Maar het lukte niet. Ik schaam me. Voor mezelf. Voor mijn zwakheid. De les die ik blijkbaar maar niet lijk te leren.
Althans, zo zal het voor veel mensen overkomen.
Maar vandaag was zwaar. Ik heb pijn. Fysiek, in mijn hoofd en in mijn hart.
Ik weet niet of ik me eerder zo heb gevoeld als vandaag.
Lang verhaal kort. Lars stuurde rozen voor Valentijnsdag. Wilde praten. Dat deden we. Het eerste gesprek was in een bijna leeg restaurant. Ik had het gesprek voorbereid, maar het liep anders dan ik dacht. Ik voelde me boos, gefrustreerd. Hij had niets voorbereid. Ik hoopte iets te horen van: āWe gaan ervoor. Ik wil jou.āDat bleef uit.
We spraken af dat we allebei zouden nadenken of we erin wilden investeren. Dat zou betekenen: allebei soms door het ongemak heen. We komen van twee verschillende plekken, maar als je samen wilt zijn dan moet je gaan praten. Niet weglopen.
Ik wilde geen appcontact tijdens de 'denkperiode'. We spraken drie dagen later af in een Van der Valk-hotel (om wat te drinken natuurlijk).
Ik was gespannen. Ik twijfelde. Wil ik dit? Ga ik ervoor? En als ik ja zeg, word ik dan afgewezen? Wat zal hij doen?
We zaten tegenover elkaar. Hij een koffie en een appelpunt met slagroom. Ik een kop thee. We kletsten wat over koetjes en kalfjes.
Toen vroeg ik of hij had nagedacht.
Hij gaf aan dat de afstand geen probleem was. Maar de verantwoordelijkheid met de kinderen erg zwaar op hem woog. Daarom zag hij het toch niet zitten.
Het voelde alsof er een steen op mijn maag viel. Afwijzing.
Ergens voelde ik me verdrietig, maar ook opgelucht. Was dit het nou? Waarom hij zich zo gedroeg? Had dit hem tegengehouden?
āEn jij?ā vroeg hij.
Ik heb gevoeld. Nagedacht. En ik had het wel willen proberen met je. Ja, ik had dit een kans willen geven. Mits we allebei bereid zijn om ons open te stellen.
Wat volgde was een van de meest kwetsbare gesprekken die ik heb gehad. Met hem, met iemand, überhaupt.
Hij vertelde dat hij bezig was met bindingsangst. Dat hij heel bang werd van de verbinding. De echtheid. De gedachte aan de kinderen was bijna angstaanjagend. We lachten, we deelden. Het was intiem, open en, ondanks de afwijzing, toch fijn.
Het afscheid was ongemakkelijk.
Een knuffel. Het ga je goed.
Hij reed weg en ik voelde verdriet.
Dit was het dan. Echt, dit was het dan. Maar ook trots. Op mezelf dat ik ondanks zijn āneeā, mijn ājaā durfde te delen. Dat ik mijn hart open liet staan, ook al voelde ik pijn en afwijzing.
ās Avonds kwam zijn appje al.
āHet doet me toch wat allemaal. Ik baal heel erg. Ik moet erover denken.ā
Ik stuurde dat ik ook baalde, maar zijn eerlijkheid en de consequentie van zijn beslissing respecteerde.
De volgende dag appte hij dat hij de hele dag aan me dacht. Hoe ik het dan voor me zag. Ik stuurde: rustig aan, samen opbouwen. Kinderen rustig aan, wanneer het goed voelt.
Hij appte: āMaar wel doen, anders komt het er nooit van.ā
Ik stuurde: āWil je het toch aangaan dan?ā
En toen.
Niets.
Vijf dagen bleef mijn bericht ongeopend.
De pijn van het negeren sneed diep. Ik had dit, na ons intieme gesprek, niet verwacht. Ik had hem verteld wat negeren met me deed. Welke impact het had. En nu. Weer.
Ik vertrok op vakantie naar Egypte. De zon warmde me. Ik wilde het delen met mijn vriendin.
Toen ik begon over Lars zei ze direct: āIk ga geen advies meer geven, want daar luister je toch niet naar. Ik wil wel aanhoren wat je zegt, maar daar blijft het bij.ā
Ik voelde me afgewezen. Alleen.
Ik begon te chatten met ChatGPT. Het stomme is: dat maakte me rustig. Ik had niemand iets verteld. Iedereen is er klaar mee. Met dit verhaal. En terecht? Blijkbaar.
Wat ben ik een sukkel, dacht ik.
Lars appte na vijf dagen: āIk wil wel wat aangaan met je.ā
Ik voelde: het is te laat. De stilte was verwoestend voor me geweest.
Ik appte dat het klaar was. Maar hij bleef weer aandringen. Stuurde dat hij het moeilijk vond. Dat hij niet voor niets rozen had gestuurd.
Daarna concreet: āIk ben bang om de controle te verliezen. Neem je me mee? Welke stappen zetten we?ā
Ik voelde me weer verleid. Ging erop in. Dacht: hij heeft zich bedacht.
We appten de dagen erna wat heen en weer. Hij wilde afspreken. Voelen. Aanraken. En ja natuurlijk, alles in mij schreeuwde dat ik hem wilde knuffelen. Het was vier maanden geleden alweer.
Maar ik hield af.
Eerst duidelijkheid. Waar gaat dit heen?
Toen drie dagen stilte.
Maandag kreeg ik een app: āIk loop ervoor weg Saar. Een relatie. Ik ben er bang voor. Ik ga je proberen los te laten.ā
Ik voelde me weer verdrietig.
Ik stuurde: āIk vind het moedig dat je dit uitspreekt. Ik had het graag anders gezien, want ik voel veel voor je. Maar ik respecteer je keuze.ā
Hij stuurde: āIk voel ook veel voor je. Dat is het niet. Ik wil je graag aanraken en voelen.ā
Ik: āNu intiem zijn met je zou de afwijzing daarna nog pijnlijker maken. Ik moet mijn hart beschermen dus ik kan het niet.ā
Lars: āIk wil je niet afwijzen. Maar ik snap je keuze.ā
Ik: āNee, maar het aangaan met mij ook niet. Ik hoef niet groots. Ik wilde alleen horen dat je het met me wilde proberen. Het is goed zo dan.ā
Hij: āStarten we klein?ā
Ik: āJa. Zou je het dan wel aandurven?ā
Vier uur later.
āJa, kleine stapjes. Rustig opbouwen. Kinderen wel snel erbij betrekken.ā
Ik las het toen ik wakker werd. Voelde me blij. Het gevoel dat het voor mij nu ook ging gebeuren. Ik vind iemand leuk en het is wederzijds. Mijn hart was vol en warm. Dus toch.
āKleine stapjes is goed.ā
De hele dag voelde ik me zo gelukkig. Trots. Op hem. Dat hij door zijn angst heen ging. Op mezelf. Dat ik stevig bleef staan.
Ik wilde hem nu snel zien.
We appten wat heen en weer. Hij initieerde geen afspraak in de twee dagen erna. Het werd stil. Hij maakte een grapje of ik op hem wachtte. Ik zei: āJa, wanneer zien we elkaar?ā
Hij zei: āVertel je weekendplannen maar. Ik ben flexibeler dan jij.ā
Ik stuurde: āDe kinderen zijn hier. Maar ik dacht misschien vrijdag of zaterdagavond een filmpje kijken als de kids erin liggen? Dan haal ik wat lekkers te eten en te drinken⦠als je het leuk vindt.ā
Ik stuurde het donderdagochtend.
Het is nu zondag.
Het bericht bleef ongeopend.
En ik? Ik ben emotioneel uitgeput. Verdrietig, vernederd, afgewezen, boos. Ik voel me compleet beetgenomen.
Ja, hij heeft bindingsangst. Maar dit doen?
Ik kan me niet voorstellen dat ik dit ooit bij iemand zou doen.
En het erge is: hij weet het denk ik niet. Is te druk met zichzelf, zijn ego, zijn angst. Of hij ligt bij een ander. Ik weet het oprecht niet.
Ik heb niks gestuurd. Ik ga ook niks sturen. Geen bericht, geen gesmeek. Mijn vertrouwen is beschaamd.
En ondertussen ben ik alleen.
Niemand van mijn vriendinnen of familie heb ik iets verteld.
Ik wil zo graag een open hart. Verbinding voelen. Maar moet ik het nog wel doen? Als er zo mee om wordt gegaan?
Vandaag gebeurde er ook nog iets in de Action. Ik zag de ex van H.
Daar vertel ik later over. En over de man met de open relatie.
Nu is dit genoeg.
Veroordeel me niet. Ik wil gewoon blijven geloven.
Ik ben te lief.
Kus, Sara





Ohh lieve moedige vrouw!! Ik lees je pijn in alle zinnen. Je bent zo moedig, zo stoer, hoe eng het ook is. Een man mag bang zijn, maar dit... dit is respectloos!! Niet reageren is respectloos. Al is de reactie maar;geef me tijd. Niets zeggen is respectloos, onvolwassen, zo niet wat jij verdient met je open hart. LAAT DIT LOS!! Je verdient meer....