Als het niet lukt, maar toch klopt
- Sara

- 25 sep 2025
- 4 minuten om te lezen
Potverdorie. Het is alweer een week geleden en ik vergeet zowaar te schrijven. Als de kids bij me zijn vergeet ik het soms ook gewoon. Het is gewoon druk.Maar het gaat goed. Supergoed. De kinderen zitten goed in hun vel. We hebben, naast de dagdagelijkse opstootjes, het goed samen.
Papa komt zondag terug uit Amerika. Hij is dan tien dagen weggeweest. Ze gaan naar het vliegveld om hem op te halen. Feest voor hun.
En maandag gaan ze weer helemaal naar hem. Hij zal wel een jetlag hebben, dus het is fijn als hij even bij kan komen.
Alweer bijna een week geleden is het dat ik Lars voor het laatst zag. Maar wonder boven wonder hebben we nog steeds contact. Het voelt anders.
Alhoewel we al op het randje van de afgrond stonden hoor. Alweer. Voor de zoveelste keer.
Vrijdag kwam hij naar mij toen de kindjes op bed lagen. Ik had lekkere hapjes in huis, een wijntje, kaarsjes aangedaan. Hij kwam binnen, kuste me. We liepen naar de woonkamer waar ik het gezellig had gemaakt. Muziekje aan. We bleven staan en dansten zachtjes terwijl we kusten. Tsjee, wat een romantiek.
Loop je mee?
Maar goed, we speelden een spelletje en aten de hapjes. Het was gezellig. Kneuterig. Ik had me voorgenomen om het netjes te houden. De kids sliepen immers boven. Maar goed. Ja. Ik ben ook maar een mens. Hij wilde een boek lezen (Els van Steijn – De Fontein). Ik zei: “Ik pak het even boven… loop je mee?” Hij wist genoeg. Ja duh.
Op bed knuffelden we en de spanning liep zo op dat we uiteindelijk een poging deden tot. Een poging moet ik echt zeggen. Want het lukte hem niet. Jeetje. Ik heb dat niet eerder meegemaakt. Dat we allebei zo, zo, zo, zó veel zin hebben en dat het dan niet lukt. Hij zei dat het lag aan het feit dat de kinderen in de kamer ernaast lagen.
Dat kan, dacht ik. Maar goed. Ik heb nog wel het een en ander uit de kast geprobeerd te trekken en dan ging het eventjes, maar dan moesten we weer stoppen.
Enfin. Het werd een klein beetje ongemakkelijk. Het was ook al heel laat. Ik moest er vroeg uit. Ik merkte aan hem dat hij zich geen raad wist. Dus hij vertrok. Snel. Als een haas de nacht in. Normaal appt hij als hij in de auto zit. Nu niks.
Ik wenste hem welterusten.
Niks meer.
Ik dacht: Misschien zie ik hem nooit meer.
De volgende dag appte hij dat hij direct in slaap was gevallen thuis en niet meer had kunnen reageren. Bullshit natuurlijk.
Maar goed. Hoe moeten we dit nou weer oplossen?
Ligt het aan mij?
Gedurende de dag hoorde ik niks van hem. Wederom. Gaaaaaaan we weer.Ik wilde hem geruststellen. Ik dacht: misschien schaamt hij zich wel of weet hij niet goed wat hij ermee aan moet. Ervan uitgaande dat het gewoon te veel druk, te veel spanning was. Ik bedoel, het was maanden geleden. We hadden er veel over gepraat, over gedacht en dan ineens moet het. Het kan in je kop gaan zitten.Maar na een tijdje begon ik te twijfelen.
Ik stuurde: “Misschien is het stom als ik dit stuur en heb je er niks aan. Maar ik wil dat je weet dat je nooit iets hoeft te bewijzen bij mij. Ik vind het heel fijn met je.”
Maar ik hoorde niks meer.
De volgende dag een appje: “Dat is fijn. Jij ook. Verjaardag gehad. Net thuis. Xx.”
Ook de volgende dag was het contact koeltjes. Maar in tegenstelling tot eerdere keren: er bleef contact.
Maandag was ik het zat. Ik hoopte ergens dat hij erop terug zou komen. Nu leek het contact over ditjes en datjes te gaan. Oppervlakkig. Ik wilde meer de verbinding in.
Ik zei: “Misschien moeten we maar weer kappen.”
Hij stuurde: “Ik wil het wel een kans geven, maar als jij wilt kappen vind ik dat prima.”
Ik stuurde: “Eens even eerlijk. Afgelopen vrijdag. Het was raar. Een beetje ongemakkelijk en dan daarna stilte.”
Hij: “Wat lukte niet?”
Ik: “De seks.”
Hij: “Ja, spanning.”
Ik: “Ik dacht dat je er misschien mee zat.”
Hij: “Ja, zit ik ook. Maar ik denk dat komt wel goed.”
Ik stuurde hem dat ik hem wilde geruststellen. Dat het me geen zier uitmaakt als we duizend keer seks hebben en het lukt duizend keer niet. Dan nog vind ik het fijn om bij hem te zijn.
Ik vroeg of het aan mij lag.
Hij zei: “Zeker niet. Ik verlang naar je.”
Ik vroeg waarom hij zo afstandelijk werd. Hij gaf aan dat het misschien schaamte was.
Ik zei dat ik dat natuurlijk snap. Maar dat ik het wel belangrijk vind om dit soort dingen te zeggen. Ik zei dat ik me ook vaak zat de druk voel om klaar te komen als hij zijn best doet of dat ik ook ongemakkelijk ben op sommige momenten.
Ik merkte dat de sfeer weer ontdooide. De rest van de week hebben we veel contact gehad. Soms ook een hele tijd niet. Ik kies ook bewust voor mezelf. Voor werk. De kinderen. Ik wil niet dat alles maar op de pauzestand moet voor een man. En dat geeft me zoveel innerlijke rust. Kracht. Het komt als het komt. En dan gaat het vanzelf.
Stapje voor stapje
Maar het voelt wel heel prima dit.
Het voelt alsof we de eerste horde hebben overwonnen. Klinkt gek misschien, maar het is wel waar het altijd direct op stuk liep. Twee koppige mensen met hun muren omhoog.
Maar goed. Zaterdag hebben we afgesproken.
De kids gaan een dagje naar mijn vader.
En hij vroeg of ik dinsdag bij hem blijf slapen.
Hij stuurde: “Ik voel me fijn bij je Saar. Ik ben blij als ik je zie, je lach, je haar, je ogen, je lijf. Alles.”
Het is nog superpril en ik wil het echt heel erg rustig aan doen, maar damn. Het voelt lekker. Die kriebeltjes in mijn buik. De zin om elkaar te zien. De plannen waarover we samen al stiekem fantaseren.
Misschien. Misschien kunnen we uitbouwen tot iets echts.
Dat is het al.
Voor mij. Geen los zand.
Maar toch al een beetje echte mini-gevoelentjes
Eng wel. Brrrr.
Kus, Sara






Opmerkingen